achtervoegsel

NeerlandésEditar

 achtervoegsel
Pronunciación (AFI):  [ɑxtərv̊uxsəl]
 

EtimologíaEditar

Compuesto de achter y voegsel.

Sustantivo neutroEditar

Singular Plural
Base achtervoegsel achtervoegsels
Diminutivo achtervoegseltje achtervoegseltjes
1 Lingüística.
Sufijo.

Referencias y notasEditar